Vlaanderen
OVAM Toon navigatie menu

De Circulaire Economie:
wat is dat?

Op deze pagina's gaan we dieper in op de theorie van de circulaire economie.

 

Waardebehoud

In een circulaire economie worden tal van strategieën toegepast om materialen en producten zo hoogwaardig mogelijk te blijven inzetten in de economie. Ze worden hersteld, hebben een hoge tweedehandswaarde, zijn upgradebaar, kunnen makkelijk uit elkaar gehaald worden en omgevormd worden tot nieuwe producten. De gekozen materialen zijn bij de geboorte gerecycleerd of biogebaseerd, en bij het levenseinde recycleerbaar of afbreekbaar. 

De circulaire economie wil alles wat van waarde is, waardevol houden. Er mag niets verloren gaan. Een wasmachine, bijvoorbeeld, zal in een circulaire economie ten eerste langer meegaan. Gaat hij toch stuk, of voldoet hij niet meer aan de standaarden, dan zal hij eerst hersteld worden, of een upgrade krijgen. Misschien wordt hij nadien opnieuw verkocht. Als dat niet meer kan, zullen uit de herbruikbare onderdelen nieuwe machines worden gemaakt. Als ook dat niet meer kan, worden de materialen van de machines gerecycleerd tot nieuwe materialen. Afval wordt dan grondstof. De circulaire economie heeft daarbij maatwerk nodig: soms is recyclage de beste optie, soms herstel.

 

Lineair vs. circulair

Lineaire economie

In een klassieke lineaire aanpak nemen we grondstoffen en maken we er een product van. Van zodra het product verkocht is, daalt het gros van de producten in waarde (de functionaliteit van de materialen daalt). Zelfs zover dat ze afval worden en een negatieve waarde krijgen: je moet ervoor betalen om ervan af te geraken.

Circulaire economie

In een circulaire economie worden tal van strategieën toegepast om materialen en producten zo hoogwaardig mogelijk te blijven inzetten in de economie. Ze worden hersteld, hebben een hoge tweedehandswaarde, zijn upgradebaar, kunnen makkelijk gedisassembleerd worden en omgevormd worden tot nieuwe producten, de materialen zijn volledig recycleerbaar of afbreekbaar...

Grafisch geeft dat het plaatje hieronder: de waarde/functionaliteit van materialen stijgt doorheen het productieproces, tot het punt van verkoop. Dan volgt een steile neergang.

Functionaliteit in de lineaire economie

 

Grafisch geeft dat het plaatje hieronder: de waarde/functionaliteit van materialen wordt, ook na de initiële verkoop, keer op keer op een hoog niveau teruggebracht.

Functionaliteit in de circulaire economie

 

De link met biogebaseerde economie

De biogebaseerde economie is het deel van de ruimere bio-economie waarin biogebaseerde producten gemaakt worden. Het kan hier gaan over biogebaseerde activiteiten in de chemie, textielindustrie, farmaceutische industrie, houtverwerkende industrie, bouwsector, etc. De productie van voeding en veevoeder maken deel uit van de bio-economie, maar niet van de biogebaseerde economie.

De biogebaseerde economie duidt op de overgang van een economie die draait op fossiele grondstoffen naar een economie die draait op biomassa als grondstof: van ‘fossil based’ naar ‘bio based’. De toepassingen zijn bijvoorbeeld vulstoffen, chemicaliën, materialen, brandstoffen, elektriciteit en warmte. Het slim gebruik maken van biomassa (cascadering) is hierbij van belang (Bron: BioBased Economy). In dat opzicht vult de biogebaseerde economie de circulaire economie mooi aan: beide streven naar een maximaal waardebehoud van grondstoffen.

Biogebaseerd

Hieronder tonen we in schema de cascade van waardebehoud voor biomassa (plantaardig en dierlijk materiaal). Centraal staat de vraag: hoe kunnen we biomassa zo waardevol mogelijk inzetten in onze economie? De preventie van (voedsel)verlies en de inzet voor menselijke voeding zijn hiertoe de beste pistes. Als je ook met een economische bril kijkt (wat levert het meeste toegevoegde waarde), dan krijgen fijnchemicaliën (= niche-producten in kleine volumes) en farmacie uit biomassa ook een prominente plek. Storten is de minst aangewezen optie.

Meer over de biogebaseerde economie >

Cascades van waardebehoud

In schema

Wanneer je beide cascades (de biogebaseerde en de technische) combineert, kom je tot het model van de circulaire economie hieronder (naar Ellen MacArthur Foundation):

De circulaire economie in schema

 

Waarom hebben we een circulaire economie nodig?

1. Grondstoffen zijn niet oneindig

In de komende decennia zal de wereldwijde middenklasse naar verwachting met drie miljard mensen aangroeien. De vraag naar grondstoffen zal dus blijven stijgen op een moment dat nieuwe bronnen vinden en ontginnen steeds moeilijker wordt. Het directe gevolg is dat grondstofprijzen momenteel sterk fluctueren. Op lange termijn worden sommige cruciale, ruwe grondstoffen wellicht echt schaars en duur.

In detail >

2. Onze open economie is grondstof-gevoelig

Vlaamse maakbedrijven zijn sterk afhankelijk van de invoer van grondstoffen. Ze maken tot 40% van hun productiekosten uit. De beschikbaarheid van grondstoffen kan snel omslaan, door veranderingen in handelsstromen of wijzigingen in handelsbeleid. De Europese Commissie breidt haar lijstje met kritieke grondstoffen (economisch belangrijk, maar qua bevoorrading moeilijk) bij elke herziening uit. Inmiddels staan er 27 materialen 'in het rood'.

3. Materialen en klimaat

De milieu-impact van steeds dieper en verder graven naar steeds meer verse grondstoffen is enorm. Ook zijn materialen en energie twee zijden van dezelfde medaille: materialen ontginnen, transporteren en er goederen van maken heeft een hoge energiekost die zich vertaalt in CO2-uitstoot. Ruim 2/3 van het bruto binnenlands energieverbruik in Vlaanderen kan toegekend worden aan materiaalgerelateerde activiteiten (productie, transport, afval, voeding).

In detail >

4. Kans voor innovatie en nieuwe economische activiteiten

Vlaanderen staat nu al aan de top als het gaat om het sluiten van de materiaalkringlopen. Die koppositie kunnen we verzilveren door verder te innoveren in de circulaire economie: we kunnen onze oplossingen en opgedane kennis opschalen in binnen- en buitenland. Voor ondernemingen de transformatie naar industrie 4.0 ook nauw verbonden met de evolutie richting een circulaire economie.

In detail >

5. Kansen voor nieuwe jobs

Een circulaire economie heeft nood aan een nieuw palet aan kennis en kunde. Er ontstaan nieuwe kansen voor ambachtslui, makers, herstellers, sorteerders, assembleurs, herbestemmers, recycleurs, transporteurs, creatieve ontwerpers, platformontwikkelaars, enzovoort.

In detail >

De link met deeleconomie

Gebruik boven eigendom

In de circulaire economie is er een bijzondere plaats voor de deeleconomie, of meer algemeen 'gebruik boven eigendom'. Het idee dat we niet alle spullen die we gebruiken ook altijd zelf moeten aanschaffen, kan immers bijdragen tot een meer circulaire economie. Want veel goederen die we kopen - een boormachine bijvoorbeeld - blijven het grootste deel van hun leven ongebruikt in de kast liggen. Zonde van de centen en de geïnvesteerde energie en grondstoffen om die producten te maken. Waarom dan niet één boormachine kopen en dat delen met anderen? Dit idee wordt vaak gevat in boutades als "ik wil een gat, niet de boormachine" of "ik wil vliegen, niet het vliegtuig kopen", of "ik wil licht, niet de lamp". Zo sparen we potentieel geld én grondstoffen uit. Potentieel, want het volledige plaatje van milieu-effecten is natuurlijk complex: er zijn bijvoorbeeld de zogenaamde rebound-effecten (door lagere kosten van delen, vergroot de consumptie) en moral hazard (door de verschuiving van eigendom, gaat de gebruiker minder zorg dragen). Goede randvoorwaarden en analyses zijn essentieel.

Hieronder tonen we het voorbeeld van de auto: doorheen zijn leven wordt een (niet-gedeelde) auto verbluffend weinig nuttig ingezet. 96% van de tijd staat hij geparkeerd. Van de tijd die hij wel rijdt, doet hij slechts 2,6% van de tijd waarvoor hij echt op de baan moet zijn: mensen van A naar B brengen.

Gebruik van een auto

Product-dienstcombinaties

Producenten veranderen hun verdienmodel

Wanneer producenten hun producten en verdienmodel oriënteren op dit idee van gebruik boven eigendom, spreken we van product-dienstcombinaties. Synoniemen zijn performance-economie en functionaliteitseconomie. Centraal staat de dienst rond het product (het licht, mobiliteit, klimaat) en niet langer het product (de lamp, de auto, de verwarmingsinstallatie). De focus verschuift naar de functie van het product.

De producent haalt omzet uit het verkopen van het gebruik van zijn product. Hoe robuuster hij de de producten maakt die hij 'verdienst', hoe minder onderhoudskosten hij moet betalen en hoe meer winst er dus overblijft. Resultaat: in een ideaal scenario krijgen we producten die minder materiaal verbruiken en langer meegaan.

Zekerheid voor de gebruiker

De gebruiker van zijn kant koopt zekerheid. Hij betaalt enkel voor het resultaat, niet het product: gaat het product stuk, dan moet de producent het op zijn kosten herstellen. Maximale service, een gezonde klantenrelatie, geen onaangename verrassingen.

Gelijkgerichte belangen

Beide partijen hebben met product-dienstcombinaties dus dezelfde belangen: een product dat zo lang mogelijk zo goed mogelijk blijft werken. Dit in tegenstelling tot de lineaire economie waar de meeste producenten leven bij gratie van producten die snel vervangen moeten worden.

Hieronder in schema:

Consument wordt gebruiker

in detail >