Vlaanderen
OVAM Toon navigatie menu

Langetermijndenken, een concurrentievoordeel?

donderdag 30 juli 2020

We lieten een team van journalisten en experts de boer op gaan om met Open Call projecteigenaars te praten over hun subsidieproject. We gebruikten hun bevindingen voor interne evaluatie, de opstart van een externe impactanalyse, én een artikelenreeks over de geleerde lessen. Dit artikel is het zesde van die reeks.

De Open Call van Vlaanderen Circulair ondersteunt experimentele projecten voor de circulaire economie. Intussen lanceerden we de call voor de derde keer en worden nu een kleine 200 projecten ondersteund, voor een totaalbedrag van 16 miljoen euro. De projecten zijn erg divers: van burgerinitiatieven over projecten in bedrijven tot innovaties van lokale besturen. Allemaal interessant, denkt u wellicht, maar wat brengt dat nu eigenlijk op? Om die vraag te beantwoorden lieten we een team van journalisten en experts de boer op gaan om met projecteigenaars te praten over hun subsidieproject. We gebruikten hun bevindingen voor interne evaluatie, de opstart van een externe impactanalyse, én een artikelenreeks over de geleerde lessen. Dit artikel is het eerste van die reeks.

Geen woorden, maar daden. Sinds Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen zo’n vijftien jaar geleden zijn intrede maakte in de bedrijfswereld, werd het incontournable. Bedrijven die de MVO-richtlijnen naleven, houden in hun activiteiten uit vrije wil rekening met maatschappelijke en ethische uitdagingen en het leefmilieu.

MVO zit in de lift: volgens zakentijdschrift Forbes zijn de Generatie Z’ers (geboren vanaf 1995) vragende partij voor alles wat duurzaam is. Ze zoeken naar meer flexibiliteit op de werkplek, meer keuzevrijheid en meer verdraagzaamheid en transparantie op de werkvloer én in de markt. Ze hebben een bijzondere interesse in bedrijven die duurzame doelen vooropstellen, zoals armoedebestrijding, klimaatverandering en mensenrechten.

Forbes schat dat Generatie Z’ers tegen volgend jaar 40 procent van alle consumenten wereldwijd uitmaken. De jonge garde wil het anders en ethisch.

Volgens de CSR Monitor 2018, die bij 640 Belgische bedrijven peilde naar hun kijk op en aanpak van duurzaam ondernemen, gelooft driekwart van de Belgische bedrijven dat opnemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid (ook wel 'Corporate Social Responsibility' of CSR) op termijn loont. Uit de Monitor blijkt ook dat MVO medewerkers kan motiveren, talent aantrekken, klanten kan overtuigen en kosten besparen. Heel wat CEO's en managers zien MVO als dé weg vooruit in een steeds sneller wijzigende wereld. Ze ondernemen duurzaam – of willen dat doen – vanuit overtuiging, net zoals de Generatie Z’ers. De circulaire economie is gericht op duurzaam ondernemen binnen de grenzen van onze planeet en is daarom ook onlosmakelijk deel van dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Maar ook sociale impact is niet los te koppelen van circulaire economie, de sociale circulaire economie is bijvoorbeeld een belangrijke speerpunt.

Open voor verandering

Dat duurzaam ondernemen vooral aanslaat bij de jongere generatie, blijkt ook uit de getuigenissen van deelnemers aan de Open Call. Architect Nicolas Coeckelberghs van BC Architects & Studies: ‘Vandaag wordt veel gebouwd zonder na te denken over de milieu-impact van materialen. Neem nu beton: eigenlijk is dat de rolls royce van de bouwmaterialen, je kan het gebruiken om grote overspanningen mee te maken. Maar als je beton gebruikt om een muur te maken die één verdieping draagt, zijn dat verspilde grondstoffen.’ Collega-architect Ken De Cooman merkt een shift in hoe architecten met materialen omgaan: ‘We merken een mentaliteitsverschil tussen de jongere generatie en de mensen die al langer bezig zijn. Wij zitten ergens op het kantelpunt.

"Toen wij architectuur studeerden - begin jaren 2000 - ging het nog steeds over architectuur met de grote A. Bijna niemand dacht ernstig na over de milieu-impact van de bouwsector. Dat is nu wel anders."

Ook Tom Rosseel van energiedistributiebedrijf Fluvius merkt binnen het bedrijf een verschil tussen oude en de jonge garde: ‘In alle eerlijkheid, er zijn hier veel jongere collega’s die anders naar ons circulair project kijken. Het lijkt een generatieding. Er is bijvoorbeeld onlangs een groepje opgestart om tweedehandsspullen binnen het bedrijf een tweede leven te geven. Jonge mensen op alle niveaus - of het nu ingenieurs, boekhouders of stenodactyli zijn - zijn daar wel voor een stuk mee bezig. Het is goed dat we ons daar als bedrijf bewust van zijn.’

Ook de generatie van vòòr 1995 mee in het circulaire verhaal krijgen, is de uitdaging. Neos, een Vlaamse ‘jeugdbeweging voor senioren’, zette met hun project ‘Circulair@NEOS’ daarvoor in op wat senioren al kunnen en doen, vertelt directeur Martin De Loose: ‘We stelden vast dat er eigenlijk al heel veel gebeurt op het terrein. Dat moet je gewoon vastpakken en er wat extra ruchtbaarheid aan geven. Eén van onze bestuursvrijwilligers recycleert oude kurken samen met mensen met een verstandelijke beperking. Dat verhaal publiceerden we in ons magazine. Als je kijkt naar wat onze senioren vroeger eigenlijk al deden, merk je dat ze de link leggen met hun jeugd: vroeger gingen ze ook zonder plastiek zakjes naar de winkel, gebruikten ze katoenen luiers, was het vanzelfsprekend om grote apparaten met de buurt te delen. In wat vandaag gebeurt in de circulaire economie, zit ook een een filosofie van toen.’

Omgaan met tegenwind

Soms is het niet eenvoudig om oude gewoonten te doorbreken en zijn er voor gedragsverandering sterke incentives nodig zoals financiële prikkels, nieuwe wetgeving of strenge controles. Dat ervaarde Art Lobs, zaakvoerder bij bodembedrijf Verhoeve Milieu & Water, die met ZuNuRec een project deed rond het hergebruiken van afvalwater in de tuinbouw: ‘Voedingsstoffen uit afvalwater halen is economisch niet zo interessant, dat hebben we nu wel ontdekt. Tenzij het besef groeit dat er geen nutriënten meer in het oppervlaktewater terecht mogen komen, en dat de overheid meer gaat controleren en boetes uitschrijven, zullen boeren waarschijnlijk doorgaan met illegaal lozen van afvalwater.’ Duidelijke regelgeving is daarbij een belangrijke leidraad, stelt Lobs: ‘Tja, vanaf wanneer is iets schadelijk? Je hebt gewasbeschermingsmiddelen nodig, hoeveel mag daarvan in het milieu terechtkomen? Hoeveel gassen mogen er in onze lucht terechtkomen, zonder dat het schadelijk is? Dat wordt pas duidelijk wanneer de overheid er een standpunt over inneemt.’

Een ander probleem: nieuwe technieken met een groot potentieel voor de circulaire economie kunnen op een weerstand stoten in de samenleving. Dat is bijvoorbeeld het geval met het baanbrekende werk van Glimps rond nieuwe biomaterialen met behulp van micro-organismen. Mede-oprichter Winnie Poncelet: ‘Eigenlijk weten mensen weinig over de rol van micro-organismen. Ze worden vooral geassocieerd met nieuwsfeiten zoals salmonella-infecties of de schimmel op je voedsel als het bedorven is. Dat stelt ons voor een grote marketing-uitdaging, want de netto-bijdrage van micro-organismen aan onze maatschappij is gigantisch. Zonder micro-organismen zouden we niets hebben, we zouden de hele tijd ziek zijn en er zou geen voedsel zijn. Maar de afkeer voor micro-organismen zit cultureel zo diep ingebakken en heeft zo veel stakeholders tegelijk - zoals ziekenhuizen of voedingsbedrijven - dat die perceptie veranderen, meer is dan wij op ons kunnen nemen.’

De shift in de publieke opinie die nodig is om het tij te keren is een langzaam proces, waar op vele fronten tegelijk aan gesleuteld moet worden.

Ook procedures en bestaande regelgeving zijn tenslotte niet altijd compatibel met de circulaire economie. Dat geldt bijvoorbeeld voor heel wat vastgeroeste procedures die niet goed aansluiten met nieuwe businessmodellen zoals product-dienstcombinaties. Toen plastics recycler Eco-Oh! zitbanken als een dienst wilde aanbieden, ondervond het bedrijf dat gemeentelijke procedures voor het aankopen van infrastructuur, ontworpen zijn voor een klassiek aankoopmodel. Stefan Wauters: ‘Er was ook onduidelijkheid onder ambtenaren vanaf welke bedragen men striktere procedures moet volgen, en de hele gemeenteraad moet beslissen en niet enkel het college. Verschillende ambtenaren melden hier verschillende regels over.’ De circulaire economie inschrijven in die historisch gegroeide systemen, vraagt tijd.

Het concurrentievoordeel van langetermijndenken

Verschillende doeners in Vlaanderen innoveren met de blik op morgen. Duurzame strategieën in je product verwerken kan een langetermijnvoordeel opleveren tegenover de concurrentie. Tijd is daarnaast wat sommige veranderingen simpelweg nodig hebben.

Zo zijn de Toontjeshuizen van Durabrik - huizen op maat van mensen met een beperking, zodat die zelfstandig kunnen wonen - circulair en modulair gebouwd. Steven Vanden Brande: ‘Een gebouw gaat ook maar een tijd mee, tot aan de renovatie. We kunnen aan onze bewoners niet vragen om een jaar te verhuizen voor renovatiewerken. Da’s niet circulair denken, dan zijn we niet goed bezig. Dus dan stelde zich de vraag: hoe bouwen we best zodat we later ook gemakkelijk die renovaties kunnen uitvoeren? Wij doen vandaag een aantal investeringen die we in de particuliere woningbouw misschien niet zouden doen, omdat we dan niet marktconform zouden zijn. Met Toontjeshuizen proberen we zo goedkoop mogelijk te bouwen, maar dan binnen 40 jaar.’

Bij Papillon zit de lange termijn er ook ingebakken. Hun oplossing voor het complexe probleem van energiearmoede bestaat uit een huursysteem voor huishoudtoestellen. Ze plaatsten in het pilootproject 100 toestellen bij mensen thuis via een servicecontract met tien jaar looptijd. Zo lang duurt hun experiment dus. Door de lange termijn van het project, creëert het ook impulsen op een lange termijn: de producent, Bosch, neemt de machines terug na tien jaar, en moet er dan dus iets nuttigs mee doen. Stefan Goemaere: ‘Bij Bosch vertelden ze ons dat we hen eigenlijk op een presenteerblaadje een manier aanboden om effectief te gaan experimenteren met circulaire economie. Daardoor verplichtten ze zichzelf ook om er iets mee te doen.’

Of hoe pilootprojecten zaadjes kunnen planten om op lange termijn ecologische winst te boeken.

Conclusie? MVO en de circulaire economie are here to stay. Ze sluiten perfect aan bij de veranderende noden en eisen van een nieuwe generatie. Onze jongeren én de planeet zitten erop te wachten. Maar MVO en de circulaire economie vereisen ook een visie op langere termijn dan we doorgaans gewend zijn. Daar slim mee aan de slag gaan, is de boeiende uitdaging die voor ons ligt.

Ontdek de nieuwe lichting projecten 2019

We brengen een overzicht van de nieuwste editie van de Open Call. We bieden er ook een poster aan, met een overzicht van alle gesubsidieerde projecten sinds 2017.

Naar het Open Call overzicht >

Share article

Geschreven door Isabelle Vanhoutte en Winnie Poncelet